Nieuws

Utiliteitsgebouwen snel van het aardgas af, kan dat?

28 juni 2018

Ja, dat kan. Met behulp van lokale duurzame warmte en WKO.

De snelste winst valt te behalen in bestaande kantoren met een WKO

Veel grote gebouwen hebben al een WKO voor koeling en verwarming. Een WKO moet thermisch gezien over 5 jaar in balans zijn. Dit betekent dat er netto over deze periode evenveel warmte in de opslag moet gaan als dat er uit gehaald wordt. De meeste WKO’s zijn zodanig ontworpen dat ze de hoeveelheid koude die gevraagd wordt door het gebouw kunnen leveren. De hoeveelheid warmte die uit de opslag wordt gehaald is daar op gebaseerd: warmte er uit halen is koude er in stoppen. Maar veel gebouwen hebben een grotere warmtevraag dan koudevraag. In de meeste gebouwen met WKO wordt de warmte dan deels geleverd met behulp van een warmtepomp, voor zover de warmtevraag in energiehoeveelheden matcht met de koudevraag, en voor het overige deel met een gasketel. De gasketel levert dan vooral warmte tijdens de piek, als het buiten koud is.

In dit soort situaties kan het aardgas afgekoppeld worden door een aanpassing aan de bestaande installatie. Soms zal de warmtepompinstallatie van zich al groot genoeg zijn (als gevolg van overdimensionering) om de gasketel weg te kunnen halen zonder verdere aanpassingen. In een aantal gevallen zal alleen een aanvullend dag/nacht buffervat nodig zijn om de piek te kunnen leveren, en soms zal er een extra duurzame warmtebron nodig zijn en vergroting van de WKO en warmtepompinstallatie. In ieder geval is het gebouw en het verwarmingssysteem al ingericht op een warmtepomp, dus de aanpassingen zullen veelal relatief eenvoudig zijn.

Bestaande gebouwen zonder WKO’s

Er zijn nog veel grote (kantoor)gebouwen zonder WKO. Ieder gebouw is anders, en het is moeilijk in algemene zin aan te geven hoe dergelijke gebouwen van het gas af zouden kunnen, maar het volgende is er wel over te zeggen.

  • Uiteraard is het wenselijk het gebouw zo veel als redelijkerwijs mogelijk te isoleren. Dit verlaagt de warmtevraag en reduceert ook de behoefte aan hogere warmte aanvoer temperaturen. Voor grote gebouwen is het daarbij de vraag in hoeverre de investering in isolatie lonend is t.o.v. de opbrengst in besparing op verwarmingskosten. Grootverbruikers hebben lagere energietarieven, en qua afschrijvingstermijn is de horizon van de investeerder in een kantoorgebouw vaak kort. Daar staat tegenover dat alle kantoren in 2023 verplicht een label C moeten hebben; isolatie en het plaatsen van een warmtepomp dragen allebei bij aan het bereiken van dat label.
  • Met uitzondering wellicht van monumentale oude gebouwen kunnen de meeste bestaande gebouwen afdoende verwarmd worden met een aanvoer temperatuur van 70 C of lager.
  • Overal in Nederland zijn voldoende lokale duurzame warmtebronnen aanwezig. Niet alle bronnen zijn even gunstig qua duurzaamheid en kosten; de exacte kosten/baten verhouding zal sterk afhangen van de lokale omstandigheden. Als er stromend oppervlaktewater in de buurt is, of een datacentrum dat z’n restwarmte graag afstaat, dan zal de warmtebron goedkoper en duurzamer zijn dan wanneer de warmte met ventilatoren uit de lucht gehaald moet worden. Deze warmte kan ‘s zomers in een WKO worden opgeslagen voor gebruik in de winter.
  • Het is het technisch en economisch haalbaar om met behulp van een hoge temperatuur warmtepomp warmte te maken van 70 ᴼC, gebruik makend van de opgeslagen warmte uit een WKO. Projecten waarbij met behulp van warmtepompen 70 ᴼC warmte uit laagwaardige warmte wordt gemaakt zijn er al veel gemaakt, dus ook de praktijkervaring is er al.
  • Als het gebouw al koeling heeft, dan kan de koelmachine direct vervangen worden door de warmtepomp, waarbij de verdamperkoude geleverd wordt aan het gebouw, en de condensorwarmte wordt opgeslagen in de WKO voor later gebruik. Deze warmte hoeft dan niet meer uit de duurzame bron betrokken te worden.

Conclusie hieruit is dat de meeste bestaande kantoorgebouwen technisch gezien in principe van het aardgas af kunnen door over te stappen op een combinatie van warmtepomp met WKO en lokale duurzame warmtebron. Als dit gecombineerd wordt met een aantal aanvullende isolatie-maatregelen (deze kunnen meestal relatief beperkt zijn) en aanpassing aan de verlichting, dan zal in veel gevallen ook voor een label G gebouw het label C gehaald kunnen worden.

Uiteraard hangt de feitelijke uitvoerbaarheid van veel meer factoren af dan van de energetische inpasbaarheid. Er moet fysieke ruimte zijn voor de warmtepompen en voor de WKO bronnen,  de duurzame warmtebron moet er zijn en moet ook aangesloten kunnen worden, de bestemming van het gebouw moet helder zijn: blijft het nog bestaan als kantoor? Wordt het omgebouwd naar woningen? Of wordt het gesloopt?

Maar de hoofdconclusie blijft staan: veel bestaande utiliteitsgebouwen kunnen van het aardgas af door over te stappen op duurzame warmte met behulp van een warmtepomp, WKO en duurzame warmtebron. Laten we dat vooral nu gaan doen, nu deze stap urgent is geworden. Voor die gebouwen die nog geen label C hebben, is dat meteen een mooie kans om twee vliegen in een keer te slaan: van het gas af, en label C (of hoger!).